vrijdag 13 oktober 2006

Lang leve de NS

Auteur: Mark Janssen

Voor de afwisseling zijn Bas en ik de afgelopen twee dagen even naar de stad Nakuru geweest om even iets anders te beleven dan het dagelijkse leventje in Kampi ya Samaki.
Anne adviseerde ons gelijk om meteen twee dagen te plannen, aangezien het openbaarvervoer niet zoals in onze geplande samenleving is georganiseerd. Bovendien kost een overnachting in zo’n Keniaanse stad ongeveer maar zo’n 250 schilling per persoon ofwel € 2,50. Voor deze prijs heb je wel geen 5 sterren hotel maar ja, een bed is toch eigenlijk al genoeg.

De matatu zou om 6.15 uur vertrekken vanuit het centrum van Kampi ya Samaki. De chauffeur van dit voertuig claxonneerde wat, en reed wat rondjes, terwijl zijn hulpje probeert zoveel mogelijk mensen in de matatu te krijgen. En uit eigen ervaring kan ik zeggen, dat men de maximaal aantal personen van 14 niet zo nauw neemt. We hebben er wel eens met zo’n 27 personen ingezeten.

Eigenlijk wel gemakkelijk zo’n busje…..zouden we in Nederland eigenlijk moeten hebben voor het uitgaan. 27 personen erin en dan gezellig uitgaan. Wat zouden we veel taxikosten kunnen besparen!!!!. De kans is echter wel groter dat we met de terugweg problemen zouden krijgen, 27 bijna kotsende zatlappen in 1 busje….over een stuiterende zandweg….lijkt me namelijk niet echt comfortabel…….geen aanrader dus.

De matatu werd dus volgeladen, en wat er allemaal verder gebeurde, ik begrijp het niet. Onderweg staan verschillende mensen die pakketjes, doosjes, flessen, boodschappenlijsten en dergelijke afgeven aan het hulpje van de chauffeur geven. Er wordt van alles gehandeld en geschoemeld. Men denkt hier als die taxi dan toch in de stad komt, kan ie ook meteen inkopen voor de mensen op het platteland doen. Mede door al deze pauze’s duurt de rit best lang.

De ruimte van zo’n busje wordt dan ook goed gebruikt, er blijft geen cm2 meer over. Toen we als zo’n 5 minuten gereden hadden, dacht de chauffeur even wat remmen en wat bochtjes, zodat er wat meer mensen in konden. En jawel hoor hij ging weer terug naar het dorp om 2 personen extra te zoeken.

Nadat die 2 passagiers gevonden waren vertrokken we dus uiteindelijk naar de stad Nakuru. De trip in een busje die in Nederland absoluut niet door de APK zou komen duurt ongeveer een 2,5 uur. Dit betekend dus een paar uur over slechte wegen met veel oponthoud en veel mensen die langs de kant van de weg iets willen hebben of afgeven. Echt een apart systeem.

Ook het onderhoud van de matatu gebeurd gewoon onderweg. Wij zouden denken: “Doe dit in je eigen tijd”, maar hier gebeurt dit alles gewoon tijdens de trip. Vanuit Kampi ya Samaki moet je ongeveer zo’n 25 km rijden voordat je kunt tanken. Toen de chauffeur het tankstation naderde stopte hij met zijn volgeladen vehikels en tankte deze even helemaal af. Om er nog 1 liter extra in te kunnen proppen, reed de wagen op een soort bok, zodat de hele matatu schuin hing. We zaten dus in een schuine, volgeladen bus die afgetankt werd. Het grappige was toen het busje weer recht stond, zat er zoveel brandstof in de tank waarvan de dop niet echt goed sloot, dat de helft er weer uit liep….weg winst.

Intussen werden rustig de ramen gewassen, en werd de olie bijgevuld. Toen men de olie kannen leeg had, gooide men de lege kannen gewoon langs de kant van de weg. Hakuna Matata ofwel “Wat kan ut verrekkuh”. Nee een oliedichte milieuvriendelijke vloer, daar heeft men hier nog nooit van gehoord.

In de stad aangekomen merkte we direct het grote verschil tussen het platteland en de stad. Het krioelt er van de mensen, auto, fietstaxi’s, verkopers van de grootste “rotzooi” ect. Ect.
Er wordt vanalles gehandeld en geschoemeld. Je weet kunt je zelf nauwelijks voorstellen hoe mensen hier hun geld verdienen.

We liepen even op de groentemarkt. Honderden stands in de vorm van een vrije markt / kofferbakverkoop, een stukje zeil op de grond, groeten erop en verkopen maar. Aangezien de inkopers geen zin hebben om de ingekochte groente zelf naar de matatu te brengen, stonden er vele loopjongens met karren klaar om de producten af te leveren. Deze jongens zouden anders toch geen werk hebben, dus sjouwen ze voor een paar centen de hele stad af met volgeladen manden en zakken. Leuk om deze chaos te zien, maar om deze job zelf te hebben…….Liever niet!

Na een nacht in het “minus 5 sterren hotel” geslapen te hebben, gingen we op vrijdag weer terug naar ons fijne rustige dorpje. We liepen naar de matatu station waar zo’n honderden busjes klaar stonden om mensen te vervoeren. Onderweg werden we door iedereen aangesproken of dat we niet alsjeblieft in hun voertuig gingen zitten.

Toen we het busje naar Kampi ya Samaki gevonden hadden, werd ons medegedeeld dat we pas zouden vertrekken als het busje vol zou zitten. Geen geplande schema’s zoals in Nederland met treinen en bussen die van minuut tot minuut gepland zijn en als het goed is Just in time rijden.

Helemaal gepland van minuut tot minuut, zo’n scherpe planning kan af en toe wel eens tot vertragingen leiden, zodat we een luttele 5 minuten moeten wachten,….maar wat mij betreft nog altijd beter dan het wachten totdat de bus vol is.

Daarom lang leve het Nederlandse openbaar vervoer….Lang leven de NS!!!!

0 reacties: