Auteur: Mark JanssenNadat we ’s ochtends bij the Thomson falls in Nyahururu ontbeten hadden, gingen Wim van de Aker, Bert Wijnen en ik na ons ontbijt nog snel even wat African Arts inkopen doen. We werden door vele verkopers belaagd, iedereen probeerde ons de verschillende duka’s binnen te lokken en iedereen probeerde zo veel mogelijk geld aan ons te verdienen. Het inkopen, handelen en onderhandelen was al een hele onvergetelijke gebeurtenis op zich. Naast een speer kocht ik van allerlei leuke spulletjes.
Toch was dit niet de enige onvergetelijke gebeurtenis die wij deze dag meegemaakt hebben. Na een paar uur in het busje gezeten te hebben, arriveerden we bij het Mountain Rock hotel aan de Mount Kenia. Naast de Kilamanjaro is deze berg, met een hoogte van 5199 meter de, grootste van Afrika.
Na een uitgebreide lunch gingen we samen met een gids een wandelingetje maken. Doordat het regende twijfelde sommige nog of dat ze wel mee wilde lopen, maar uiteindelijk gingen we gezellig met de hele groep een boswandeling maken.
Onze gids vertelde ons van alles over de bomen en planten die we tegenkwamen, vol passie legde hij uit hoe de Keniaanen deze bomen en planten als medicijnen, zeep of gif konden gebruiken. Omdat het in Kenia op het moment “short rain season” is, begon het tijdens de trip nog harder te regenen. Terwijl de modder en klei de paden spekglad maakte, baanden we ons een weg door de bossen van Mount Kenia.
We zagen er prachtige natuur. Apen, planten, bomen, riviertjes het was een echte boswandeling, zoals ik me die nog herinner van de tijd dat ik als kind regelmatig met school of het gezin een middagje gingen wandelen.
We liepen verder en zagen verschillende voetsporen en uitwerpselen van olifanten die hier schijnbaar op bepaalde momenten van de dag vrij rondliepen. “Vooral als het regent kunnen deze zware viervoeters wel eens in dit gedeelte van de bossen komen’, aldus onze gids. Tijdens een gesprek legde deze gids aan Peter Marttin uit dat hij als gids veel ervaring had en dat er met hem in de buurt weinig kon gebeuren.
Het was een gezellig wandeling, maar toen gebeurde het!!!!. De gids schrok zich enorm, stook zijn hand uit en fluisterde: “elephant, elephant, we have to go, run run!!”. Bas in ik hadden het al gelijk in de gaten, raakte in paniek en renden als gekken weg.
Iedereen schrok, ik zag Maria van Lieshout vallen, maar gelukkig hielp de gids haar snel overeind. Schijnbaar was de angst op mijn gezicht af te lezen, want Wim van de Aker schrok door de angst die ik op mijn gezicht uitstaalde. Hij kon aan mijn gezicht zien dat het geen grapje maar menes was en wist dat hij snel uit de voeten moest.
Doordat Bas en ik met z’n tweeën het snelste gereageerd hadden op de adviezen van onze gids, waren wij het verste weg over het brede bospad gerend. Inmiddels had de gids iedereen gewaarschuwd dat men de bush bush ofwel het struikgewas in moest vluchten. Bas en ik stonden nog steeds in het midden van de weg en zagen deze olifant met z’n slagtanden al uit de bush bush richting ons rennen. Hij flapperde met z’n oren en we trompetterde er een eind op los. We zagen deze grote viervoeter op nog geen 15 richting ons toe rennen, wat een grote slachttanden!!!
Ik dacht: “Wij staan hier verkeerd en moeten maken dat we wegkomen”, we renden, vlogen, sprongen de bush bush in. Terwijl de olifant zijn met zijn trompetter geluid door het hele bos galmde, vluchten, renden, sprongen, vlogen, we door het struik gewas.
Iedereen was in paniek, Bert Wijnen vluchtte net voor mij de bossen in. Ook onze Erik en ons pap renden, sprongen en vlogen over alle takken en struiken heen. Terwijl de beelden uit de film Jurassic Park door mijn hoofd schoten, volgde ik de schimmen voor me en rende ik voor mijn leven.
Doordat er in het struikgewas geen rechte paden zijn, en we allemaal in paniek waren, zag ik ons pap voor me op de grond onderuit vallen. Hij keek doodsbang om zich heen, ik dacht: Ik laat hem niet alleen achter, als hij eraan gaat, dan ik ook maar en probeerde hem snel weer overeind te helpen.
In mijn linker ooghoek zag ik onze Erik verstijft staan te kijken, terwijl ik in een fractie van een seconde achter ons die olifant rond zag dabberen. Voor de tweede keer maakte hij een trompetter geluid, die een hele fanfare bijelkaar nooit zou kunnen maken. Wat kunnen die beesten toch een geluid maken en hard rennen. Phoe Phoe
Ik denk dat ik, in heel mijn leven, nog nooit zo bang ben geweest, zeker toen ik “ons pap” angstig op de grond zag liggen.
Met z’n drieen rende onze Erik, ons pap en ik verder richting de groep. Na een halve minuut kwamen we allemaal weer op een iets rustigere plek weer bij elkaar. Iedereen was doodsbang maar blij dat de olifant weg was. Natuurlijk was iedereen nog in paniek omdat die ene olifant met zijn vrienden nog terug kon komen om ons aan te vallen.
Toen we allemaal beschut en “rustig” bij elkaar stonden kwamen we er achter dat onze begeleider Peter Marttin was verdwenen. Niemand had hem meer gezien, en iedereen was bezorgd over hem. Terwijl de gids ging zoeken bleven wij allen verdekt opgesteld staan. Van de ene kant was ik bang dat Peter door dat beest gegrepen zou zijn, maar van de andere kant vertrouwde ik erop dat hij op eigen gelegenheid terug zou zijn gewandeld, dan wel ergens beschut op de grond lag.
Iedereen reageerde op z’n eigen manier, ik begon te lachen terwijl Erik mij probeerde stil te houden en Bas stond te vloeken van de schrik. We moesten stil zijn anders konden de olifanten ons misschien wel horen. Toen Huub van Lieshout en Fien van de Aker, dachten dat er weer een aantal aan kwamen rennen, had ik het niet meer en dacht: “O my God”.
De gids kwam zonder Peter terug, hij stelt voor dat we hem met z’n alle zouden gaan zoeken. Aangezien wij zowel het gevaar als de weg niet kende leek me dit geen verstandig plan. Fluisterend legde ik onze gids uit dat het me verstandiger leek dat hij er eerst voor zou zorgen dat wij allemaal veilig naar onze lodge werden gebracht. Vervolgens zou hij dan met de lokale bevolking naar Peter op zoek kunnen gaan, misschien was hij inmiddels al terug gewandeld? Doordat deze “locals” het bos veel beter kennen dan wij als doodsbange verdwaalde toeristen, kun ze veel efficiënter, effectiever en veiliger op zoek naar onze vermiste.
Samen met de gids vluchtte we dus zo snel mogelijk de bossen uit. Toen we over een slootje moesten springen, zei Maria van Lieshout: Oeehh dit kan ik nooit, maar ze had geen keus ze moest springen. Na dit angstaanjagende wandelingetje zag ik vol opluchting de muren van het hotel weer.
En ja hoor, bij het hotel zagen we dat Peter al met een aantal medewerkers klaar stond om naar ons op zoek te gaan. Toen we hem zagen en we weer veilig in het hotel beland waren, kwam er een waas van opluchting over de groep heen.
Peter was achterop geraakt en was dus alleen, toen hij die olifant zag, kon hij geen kant meer op en was stil onder een struik gaan liggen. Toen de olifant weggelopen was, is hij zachtjes op eigen houtje naar het hotel gelopen en was alvast begonnen met het opzetten van een reddingsactie voor ons.
Nadat de rust was wedergekeerd kwamen de tongen los en vertelde iedereen zijn verhaal, gelukkig konden we het nog allemaal na vertellen en dus konden we erom lachen. Dit was toch wel een “first class 5 sterren safari”. Dit levensgevaarlijke jurassic parc avonduur, maken maar weinig toeristen mee. Exciting!!!!
’s Avonds heb ik net zoals bij het eerder gebeurde avondtuur van “de Overval” nog snel een paar dubbele wiskey’s met cola gedronken. En flink na geborreld, happy that we’re still
allife.
Dit was misschien wel de meest indrukwekkende, enge, spannende avontuurlijke gebeurtenis in mijn leven. Ik denk dat ik nog nooit zo erg ben geschrokken en nog nooit zo hard voor mijn leven heb gerend.
0 reacties:
Een reactie plaatsen